Schrijfwedstrijd

Winterwonderlandwedstrijd: Pien en Kel

Het gegil klonk oorverdovend. Ik wist niet waar ik kijken moest. Daar stonden we dan. Mijn dochter van drie aan mijn been geklampt en ik met mijn ogen wagenwijd los. Mijn voetstappen die langzaam achteruit stapten lieten knerpende sporen achter in de verse sneeuw op de weg. De felle kleur rood van het verse bloed leek nog roder. Er lag een arm vlak voor mij, met daaraan een overreden lichaam. Ik had haar gezien, toen ze nog… leefde. Het was een meisje van een jaar of 20 met mooi lang blond haar met een grote brede glimlach, ronde rood aangelopen wangen van de kou en een vriendelijke blik die in haar ogen rustte. In de flits van verwarring had ik mijn dochter bij de hand gegrepen en achteruit getrokken. Haar angstige groene ogen staren nog steeds naar het gruwelijke tafereel voor ons en haar kleine handjes knepen in mijn jas.

Mijn eigen hart bonsde wild in mijn borst en ik hijgde hard. Ik stond genageld aan de grond. Mensen begonnen zich te verzamelen langs de rand van de straat, hun blikken vol ongeloof en afschuw gericht op het prachte meisje dat inmiddels levenloos in de sneeuw lag gedrukt. Ze was onherkenbaar uitgesmeerd over het asfalt en één geworden met de sneeuw. Verpletterd door het gewicht van de dubbeldekker en verpletterd door het lot. Het leven is fragiel en zo onvoorspelbaar. Met gillende sirenes kwam de ambulance tot stilstand, de lichten weerkaatsten tegen de omliggende gebouwen en werden benadrukt door de sneeuw. Mijn dochter drukte zich tegen me aan, haar ogen niet van het schouwspel afwendend. Het geluid van snikkende en gillende mensen sneed als een vlijmscherpe steek door mijn ziel. Vandaag was de eerste dag dat het sneeuwde in ons dorp. Na vandaag heb ik meer rode dan witte sneeuw gezien.

In de taxi keken mijn dochter haar groene ogen door het raam, haar kleine vingertjes nog steeds verstrengeld in de mijne. Ik wist dat deze nacht een blijvende indruk op haar had gemaakt. Terwijl de minuten in de taxi wegtikten, dacht ik aan het meisje dat we nooit zouden kennen, aan haar glimlach, haar dromen, aan de leegte die ze achterliet in deze wereld en het gat in haar gezin.

Na de verschrikkelijke gebeurtenis van de afgelopen slapeloze nacht besloot ik direct naar het politiebureau te vertrekken om mijn verklaring af te leggen. Terwijl ik in de wachtkamer zat, raakte ik aan de praat met een jongen, zijn ogen dof van verdriet. Ik bood hem een kopje thee aan tijdens het wachten. “Ze heette Pien.” Begon hij. “We zijn eigenlijk…” Kel zuchtte even diep. “Ik bedoel we waren eigenlijk samen sinds de middelbare school… Heel eerlijk? We hebben altijd om elkaar heen gedraaid,” legt hij uit.

“Ik heb altijd al geweten dat er iets bijzonders was tussen Pien en mij.” Ik keek naar Kel terwijl hij vertelde. Zijn ogen staarden recht naar voren waren rood en opgezwollen, maar hij leek duidelijk verliefd bij het vertellen van de herinneringen aan Pien.

“Pien en ik brachten vroeger vele momenten door in een knusse cafetaria aan het water waar zij werkte. Ze wist dat ik zou komen, en wachtte vaak op me. We zaten vaak aan het water bij zonsondergang waar de lucht kleurde met zachte tinten van oranje en roze. Hier konden we net zo lang kletsen totdat onze ouders belden waar we bleven.” Kel zijn mondhoeken krulden. “Er was ook veel stiekem geflirt, ken je dat? De speelse vonk als je naar elkaar lacht, even een arm om haar middel drapeert om te laten weten dat je haar graag voelt, of elkaars blik vindt in de menigte en een knipoog ontvangt.” Ik legde mijn hand op Kel zijn knie om hem te laten merken dat ik bij hem ben. “Het was alsof we bang waren om de magie te verbreken, om te erkennen wat er tussen ons groeide.” Kel keek mij aan en glimlachte bij het vertellen van zijn verhaal. Even was het stil. Kel en ik nipten aan onze thee. Zijn blik verdwaalde weer in de ruimte.

“Stiekem was ik gek op haar.” Kel zuchtte. “Ik probeerde haar dit vaak te laten merken. Ze was bijvoorbeeld vorig jaar met vrienden naar een enorm festival. De kans dat ik haar zou zien die avond was nihil. Het moment dat ik haar, in een knalrode broek die perfect om haarbillen viel, tussen de enorme menigte zag dansen wist ik het. Pien viel op, dat was wel duidelijk, maar mijn hart wist pas op dat moment zeker dat ze van mij moest zijn. En vanaf dat realisatie moment ging ik hier mijn best voor doen. Ik verliet mijn vrienden en danste naar haar toe. Greep haar bij haar heupen en danste samen met haar. We keken elkaar aan, ik kneep haar zachtjes in haar heupen, waardoor ze zachtjes glimlachte.

Mijn wangen kleurden zo rood als haar broek en mijn buik ontplofte van de hoeveelheid vlinders dat ontpopte. Zij moet dat ook gevoeld hebben, alles in mij groeide en bloeide,” vertelt Kel. “Pien was bijzonder… Pien was… eigenlijk de enige die mij overgehaald heeft om een echte man te worden.” Kel keek mij aan. Zijn glimlach verdween in een pruillip en hij nipte aan zijn thee. Ik merkte dit op en twijfelde om hem te laten maar was te nieuwsgierig. “Wat bedoel je precies? Een echte man te worden?” vroeg ik, mijn nieuwsgierigheid en voorzichtige bezorgdheid in mijn stem doorklinkend. Kel wachtte even met vertellen en keek naar de grond. “Ik vergeet regelmatig mijn gevoel, en loop vaak mijn lul achterna.” Kel keek naar mij en grijnsde even. “Toen Pien hét hoorde, en we elkaar weer spraken in de cafetaria, had ze ineens geen tijd om met mij te praten. Geen tijd, of geen zin. Ik wist dat er wat veranderd was. Op dit moment wist ik ook dat Pien wel degelijk gevoelens voor mij had gekregen voor mij. Geluk bij ongeluk, zou je denken.” Ik keek naar Kel. “Nu wist je zeker dat het gevoel wederzijds was.” Kel knikte instemmend. “Helaas is die ene meid niet de enige geweest wat er tussen ons is gekomen.” Kel zucht diep en blijft staren naar zijn thee die inmiddels bijna op is.

“Er zijn dus meerdere meiden tussen gekomen?” merkte ik op. Kel zucht en vertelt. “Ja, ik had geen idee hoe ik het moest aanpakken, en ik was zeker nog niet klaar om te erkennen wat ik voor haar voelde. Ook omdat ik mij schaamde. Ergens diep van binnen wist ik dat ik altijd aan Emily zou blijven denken. Zelfs toen ik andere meiden versierde en plezier had, was er een onvervuld verlangen naar haar. Zo kwam er een avond waarbij ik milkshakes ging halen voor mijn broertje en mij. De deur van de cafetaria zwiepte open door een voorganger. Ik zag haar staan en wilde me bijna omdraaiden. Totdat ik het vuurtje in mijn buik opnieuw voelde aanwakkeren. Ik stapte naar binnen en bestelde net als vroeger de vaste milkshakes. Pien lachte vriendelijk en grapte “Je denkt toch niet dat ik je vaste bestelling vergeet Kel…” “Haar glimlach maakte alle oude gevoelens weer los en ik viel opnieuw als een baksteen voor haar. Met alle kracht vroeg ik na het ontvangen van mijn milkshakes of ze na haar dienst buiten wilde kletsen. Zodat we net als vroeger bij konden praten. We lachten en deelden weer zoals vanouds de diepste gedachten met elkaar die avond. Er hing iets in de lucht, iets onuitgesprokens. En toen, in het moment van kwetsbaarheid, vertelde Pien dat ze verliefd op me geworden was. Dat het tot haar doordrong toen ze hoorde dat ik met een vriendin van haar had gezoend.” Kel bleef even stil. Hij keek me aan, met in zijn oog een traan.

Mijn hart leek stil te staan, ik kon nauwelijks geloven wat ik hoorde. Pien haar woorden staken als een bliksemschicht door me heen, en ik wist dat dit het moment was waarop ik had gewacht. Ik was overweldigd door emoties, een mengeling van vreugde, angst en vastberadenheid. Ik was verliefd op Pien, en ik was vastbesloten om de man te worden die ze verdiende. Ik voelde dat ik gelijk moest handelen en vertelde haar dat ik dezelfde gevoelens had, al jaren. Dat ik altijd van haar had gehouden en dat ik niet wist wat me bezielde. Ik keek die avond diep in haar ogen en vertelde haar dat ik vastbesloten was om een echte man te worden. De spanning was voelbaar. We zaten aan het water, omringd door zachte tinten van oranje en roze in de lucht, net als vroeger. Ik nam Pien voorzichtig in mijn armen en kuste haar, ze voelde en proefde net als in mijn gedachten. Deze winteravond markeerde onze reis samen. De reis die nog geen dag heeft geduurd.” Kel viel stil en keek mij aan. “Want, alles wat ik zojuist verteld heb, is gisteravond begonnen en vandaag geëindigd.”

Dit verhaal maakte onderdeel uit van de CB Winterwonderlandverhalenwedstrijd 2023 en is geschreven door Iep Kruip