Winterwonderlandwedstrijd: Gevangen in de kou

Ik schrik op door het fluitsignaal van de conducteur. Nog één halte en dan ben ik er. Mijn baas vroeg wie er een artikel wilde schrijven over het eens zo levendige skigebied ‘Sonnenberg’, nu beter bekend als ‘Geisterberg’. Zes jaar geleden sloot het skigebied vanwege vreemde, onverklaarbare gebeurtenissen. Skiërs gingen de piste op maar keerden nooit terug. Dit begon tien jaar geleden en herhaalde zich elk seizoen. Ondanks uitgebreide politieonderzoeken bleek iedereen spoorloos verdwenen, zonder enig achtergelaten spoor. Toen ik dit nieuws destijds zag, fascineerde het me diep. Wat kon hier gebeurd zijn? De kans om hierover te schrijven liet ik dan ook niet aan mij voorbijgaan. Wie weet zorgt dit artikel wel voor een enorme promotie en een volgende stap in mijn carrière als journalist.

Ik stap uit de trein. Een koude, bijtende wind waait in mijn gezicht. Ik zet mijn muts op, loop het perron af en wacht op mijn taxi. Nog geen twee minuten later stopt de taxi aan de kant van de weg. Ik stap in en begroet de taxichauffeur. Met mijn mouw veeg ik over het raam om naar buiten te kunnen kijken. Het enige wat ik zie zijn vervallen huizen. ‘’Hoeveel mensen wonen hier eigenlijk nog?’’ vraag ik aan de taxichauffeur. ‘’Alleen ik,’’ antwoordt hij met een Duits accent. ‘’Ik zorg ervoor dat de toeristen die hier nog komen, veilig bij hun hotel aankomen.’’ Ik kijk verbaasd op. ‘’Waarom blijft u nog hier? Iedereen is toch vertrokken uit dit dorp?’’ ‘’Ik ben hier opgegroeid en heb mijn vader altijd beloofd om zijn taxibedrijf over te nemen. Ik hoef niet meer bang te zijn voor concurrentie hier,’’ lacht de taxichauffeur. Ik glimlach terug. ‘’Wat brengt u eigenlijk hier als ik vragen mag?’’ vraagt de taxichauffeur. ‘’Ik ben journalist,’’ antwoord ik. ‘’Ik ga een artikel schrijven over deze plek en het mysterie over de mensen die hier verdwenen zijn. Ik ga morgenmiddag via de oude skilift een kijkje nemen,’’ zeg ik enthousiast. ‘’Aah, met Erika van het hotel?’’ vraagt hij. Ik knik. ‘’Ja, ik heb contact met haar gehad en ze schijnt daar vroeger gewerkt te hebben.’’

De taxichauffeur rijdt de oprit van mijn hotel op. ‘’Mocht je me nodig hebben.’’ Hij geeft me zijn visitekaartje. ‘’Ik ben Hermann,’’ zegt hij terwijl we elkaar de hand schudden. ‘’Anna,’’ glimlach ik. De auto rijdt weg en ik blijf even voor het hotel staan. Het heeft een wat grimmige uitstraling maar binnen zou het vast beter zijn. Ik loop het hotel binnen. De deur kraakt achter me als ik richting de receptie loop. De sfeer hierbinnen is niet veel beter. Achter de balie staat een vrouw met een strenge blik. Het is Erika, waarmee ik al eerder contact gehad heb. Erika begroet me met een nors knikje. Ondanks dat glimlach ik vriendelijk en vraag of ik kan inchecken. Erika’s reactie is koel en wat afstandelijk alsof we niet eerder hebben gesproken. ‘’Je kamer is nummer dertien,’’ mompelt ze zonder enige vorm van enthousiasme. Ik lach. ‘’Gelukkig ben ik niet bijgelovig. Kamer dertien wordt vast leuk!’’ Erika rolt met haar ogen en geeft me de sleutel. Ik bedank haar, pak de sleutel en loop richting de lift. ‘’Morgenmiddag om twee uur hier melden als je nog naar de skilift wil,’’ roept ze.

Erika en ik sloffen door de sneeuw en na een kwartier bereiken we de oude skilift. ‘’Weet je zeker dat dit nog werkt?’’ vraag ik terwijl ik bezorgd naar de verroeste skilift kijk. Ze zucht en loopt naar het hutje naast de skilift. Ze pakt de sleutel en opent het. De deur klemt maar na een paar keer hard trekken gaat het stroef open. ‘’Schiet wel een beetje op met je onderzoek, ik heb nog wel meer te doen vandaag,’’ snauwt ze. Ik loop richting de skilift stoel, ga erin zitten en sluit de beugel. Erika loopt het hutje binnen en drukt op de knop. De skilift komt in beweging en voordat ik het weet zit ik tientallen meters hoog. Ik kijk vol verwondering om me heen. Wauw, wat is het hier prachtig! Om me heen zie ik uitgestrekte bossen en besneeuwde bergen. Ik kijk achter me en zie het hutje steeds wat verder verdwijnen. Op dat moment stopt de skilift met bewegen. ‘’Nou dat was maar van korte duur,’’ mompel ik terwijl ik achterom kijk naar het hutje. Ik graai mijn telefoon uit mijn tas en voer Erika’s nummer in. De telefoon gaat over maar er komt geen antwoord. Ik probeer het nog een paar keer maar weer krijg ik geen antwoord. Geïrriteerd werp ik een blik achterom naar het hutje. Misschien is er wel een probleem met de skilift, gezien hoe oud hij is. Ze zal waarschijnlijk bezig zijn het op te lossen. Ik besluit mijn notitieboekje erbij te pakken en alvast wat dingen op te schrijven.

Minuten verstrijken en er is nog steeds geen enkele beweging in de skilift. Ik schrik op het moment dat ik naar beneden kijk. Oké, dit is hoger dan verwacht. Ik ben het nu echt zat en probeer Erika opnieuw te bellen. Weer blijft het stil aan de andere kant van de lijn. ‘’Erika! Alles goed daar?’’ roep ik. Maar wederom geen antwoord. Ik zucht. Ik wist wel dat er iets niet klopte aan die vrouw. Plotseling flitst het visitekaartje van de taxichauffeur door mijn gedachten. Ik rits mijn tas open en zoek naar het kaartje. Snel typ ik het nummer in en wacht vol hoop. ‘’Hallo? Anna, wat kan ik voor je doen?’’ Dolblij antwoord ik, ‘’Hey, ja je moet me helpen. Ik zit vast in de skilift en ik kan Erika niet bereiken. ‘’Waar ben je precies n…’’ hoor ik aan de andere kant van de telefoon. ‘’Wat zeg je?’’ vraag ik maar op dat moment valt de verbinding weg. Geërgerd kijk ik naar mijn mobiel en zie een melding. Geen bereik. ‘’Help! Help!’’ schreeuw ik in paniek. Ik kijk om me heen. Het enige wat ik zie zijn bergen en bomen. De bewoonde wereld, waar al bijna niemand woont is minstens een kwartier hiervandaan.

Het begint donker te worden en ik bibber van de kou. Ik doe de capuchon van mijn jas over mijn hoofd voor wat extra warmte. Ik kijk naar beneden. Kan ik niet gewoon naar beneden springen? Ik probeer in te schatten of dat een goed idee zou zijn. Maar nee, dat is veel te hoog, dat overleef ik nooit. Hier ga ik vandaag niet meer uitkomen. Ik kijk naar boven naar de heldere hemel vol sterren. Het is stil, heel stil. En superkoud. Om mezelf bezig te houden pak ik mijn notitieboekje. Het maanlicht is niet zo fel, maar het is genoeg om iets op te kunnen schrijven. De nacht lijkt eindeloos te duren. Elke seconde voelt koud aan en de maan beweegt maar langzaam. Het is een lange, stille en ijskoude nacht.

Langzaam breekt de ochtend aan. Ik pak mijn mobiel uit de tas. Hij voelt ijskoud aan en wanneer ik hem aan probeer te zetten blijft het scherm zwart. Ik laat mijn hoofd in mijn handen zakken en huil. Hoe gaat iemand mij hier ooit vinden. Uren gaan voorbij. Ik roep af en toe om hulp wetende dat waarschijnlijk niemand me hoort omdat dit een verlaten gebied is. Totdat ik opeens in de verte een schim zie. Ik knijp mijn ogen samen om het beter te kunnen zien en dan dringt het tot me door. Het is Hermann! Ik zucht opgelucht. Ik word eindelijk gered uit deze skilift. ‘’Hermann! Hier ben ik! Hermann!’’ roep ik opgewonden terwijl ik naar hem zwaai. Ik wijs naar het hutje. ‘’Daar! Daar moet je op de knop drukken om me weer naar beneden te halen!’’ Hermann loopt naar het hutje en verdwijnt naar binnen. Vol verwachtig wacht ik op het geluid van de skilift die weer in beweging komt. Maar tot mijn verbazing komt Hermann weer uit het hutje en draait de deur op slot. Wat is hij aan het doen? Met een grijns op zijn gezicht loopt Hermann weg van de skilift. ‘’Hermann! Waar ga je naartoe!’’ roep ik. En daar zit ik dan, machteloos in de stilstaande skilift terwijl mijn enige hoop er zojuist vandoor is gegaan.

Ik voel de kou toenemen terwijl de skilift roerloos boven de besneeuwde toppen hangt. Ik voel angst en verdriet maar probeer mezelf rustig te houden. Ik denk terug aan het moment in de taxi. Had ik hem maar niks verteld over mijn plannen vandaag. Met trillende handen open ik mijn notitieboekje en ik begin de gebeurtenissen van de dag op te schrijven, mijn gedachten en de angst die ik voel. Ik schrijf over het afgelegen skigebied, de stilte die ik hoor. Over Hermann en wat er gebeurd zou kunnen zijn met Erika. Mijn woorden vormen een laatste getuigenis, vastgelegd in de hoop dat iemand het ooit zal lezen. De zon gaat onder achter de bergen en het wordt donker. Ik voel een vreemde rust over me komen. Ik leg het notitieboekje naast me neer en sluit mijn ogen. Dit artikel gaat er komen, al zal ik waarschijnlijk niet degene zijn die het gaat publiceren.

Dit verhaal maakte onderdeel uit van de CB Winterwonderlandverhalenwedstrijd 2023 en is geschreven door Mirte Prinsen

Auteur

  • admin

    Lorum Ipsum deze persoon is niet echt.