Schrijfwedstrijd

Winterwonderlandwedstrijd: De rendierenauditie

Rudolf kijkt naar zichzelf in de spiegel. Zijn rode neus laat de lichtjes weerkaatsen door zijn kamertje. Hij kijkt naar zijn grote bruine ogen die gespannen naar hem terugkijken en ziet hoe zijn lichtbruine vacht om hem heen golft. Vandaag is de dag waar hij zijn hele leven voor heeft geoefend.

Het is het eerste jaar dat Rudolf meedoet aan de rendierenauditie. Ieder jaar wordt er opnieuw besloten welke rendieren de slee van de Kerstman mogen trekken. Ervaren rendieren worden vaak opnieuw geselecteerd en als jong rendier is het lastig om hiertussen te komen. Zijn vader deed het jaren terug en werd hiermee wereldberoemd. Nu zingen kinderen over de hele wereld hoe de Kerstman Rudolf persoonlijk vroeg om zijn slee te begeleiden, nadat andere rendieren hem hadden uitgelachen om zijn rode neus. De kleine Rudolf werd vroeger ook gepest door zijn rode neus, maar nu hij wat ouder is, kan hij er alleen nog trots op zijn. Het hoort bij hem. En bij zijn familie. Een echte Rudolf.

Toch is hij zenuwachtig. Dat hij een rode neus heeft, betekent misschien dan wel dat de andere rendieren onder de indruk zijn, maar hij moet die verwachtingen wel waarmaken. Geen enkel rendier dat de rendierenauditie nog nooit gedaan heeft, weet wat het precies inhoudt. Dit geeft de rendieren met ervaring een voorsprong en laat ruimte voor speculatie onder de nieuwe rendieren. Rudolf verwacht een test waarin hij de slee moet trekken en een efficiënte route moet bepalen.

Rudolf knipt zijn lampjes uit, zet een muts op zijn hoofd en stapt naar buiten. Het heeft vannacht gesneeuwd en zijn hoeven zakken weg in het dikke pak fonkelende sneeuw. Via smalle weggetjes komt hij op het grote dorpsplein. Hier staat het hele jaar een reusachtige versierde dennenboom. Bovenin de dennenboom zit een enorme rode strik. Ieder jaar op kerstavond wordt deze strik vervangen door een muts van de Kerstman. Door hemzelf.

Rudolf kijkt langs de dennenboom naar het bontgekleurde gebouw dat aan de noordkant van het plein staat. Het is versierd met dennentakken, lichtjes, linten, gekleurde ballen, zuurstokken, ijspegels en nog veel meer. Het is de werkplaats van de Kerstman. Binnen worden het hele jaar door de kerstelfen de mooiste cadeaus gemaakt voor alle kinderen op de wereld. Omdat de kerstelfen zo druk zijn, komt er niemand in de werkplaats behalve de Kerstman en zijn vrouw. Op 1 december verandert dit en zijn ook alle rendieren die oud genoeg zijn welkom om deel te nemen aan de rendierenauditie. Rudolf ademt de koude lucht nog eens diep in en stapt naar binnen.

Een stroom van warmte en de zoete geur van chocolade en anijs komt hem tegemoet. Rudolf kan zijn ogen niet geloven. Overal waar hij kijkt staan pakjes, wordt speelgoed gemaakt of worden cadeautjes ingepakt. Hoewel hij veel verhalen over de kerstelfen heeft gehoord, ziet hij ze nu voor het eerst. Wat zijn ze klein! Voor hem pakt een elf een splinternieuwe gitaar van de lopende band, waarna hij erachter lijkt te verdwijnen. De gitaar beweegt zich naar de inpaktafel waar de elf weer tevoorschijn komt als hij de gitaar op de tafel legt.

Dan valt Rudolfs oog op een bordje met de tekst ‘rendierenauditie’ en een pijl naar rechts. Rudolf volgt de pijl een lange gang in. De gang eindigt in een grote zaal waar alle rendieren zich hebben verzameld. Hij herkent zijn vriend Komeet en loopt snel naar hem toe. “Wat zijn we met veel!” zegt hij tegen Komeet. Komeet knikt en zegt: “Ik ben zo zenuwachtig Rudolf. Dasher zei dat we een spin moeten opeten om te laten zien hoe dapper we zijn!” Rudolf kijkt zijn vriend verschikt aan. “Dat zou de Kerstman ons nooit laten doen”, zegt hij zelfverzekerder dan hij zich voelt.

Op dat moment klinkt er rumoer in de zaal. Voorin op het podium zijn de Kerstman en zijn vrouw verschenen. “Goedemorgen lieve rendieren. Welkom bij de jaarlijkse rendierenauditie! Op basis van de test die jullie gaan doen, zal ik bepalen welke negen rendieren dit jaar mijn slee mogen trekken. Om te zien wie er over de juiste behendigheid, efficiëntie en snelheid beschikt om alle kinderen op de wereld op tijd van pakjes te voorzien, gaan jullie een parcours afleggen door de werkplaats heen. Onderweg zul je een pakje bij het juiste adres moeten afleveren. Het startsignaal wordt gegeven door niemand minder dan mijn vrouw. Heel veel succes!” De zuurstok in de handen van de Kerstvrouw is zo groot als zijzelf. Ze telt af: “Drie, twee, een…” Met de zuurstok geeft ze een flinke zwaai tegen de gong die naast haar staat. De rendieren vliegen alle kanten op. Overvallen door het plotselinge tumult weet Rudolf even niet wat hij moet doen. Een paar hoeven vinden die van hem en hij maakt een lelijke smak tegen de grond. Snel staat hij op. Komeet is nergens te bekennen. Bijna alle rendieren zijn terug de gang in gestormd en Rudolf sprint er achteraan. Dat gaat hij nooit meer inhalen…

Terug in de aankomsthal ziet Rudolf dat de kerstelfen gestopt zijn om te kijken. Ze houden neppakjes vast met verzonnen namen van kinderen die in de nagebouwde huizen in de werkplaats wonen. Rudolf sprint naar de eerste elf met een pakje en neemt deze snel mee. Op het pakje staat in sierlijke letters de naam Elsa geschreven. Haar huis blijkt helemaal aan de andere kant van de werkplaats te zijn. Rudolf heeft geen tijd te verliezen en stuift door de werkplaats. Ondanks zijn haast, kan Rudolf zijn ogen niet geloven. Hij rent langs machines die net zo groot zijn als de dennenboom op het plein en de bergen met kleurrijke pakjes rijken tot aan het plafond. Overal waar hij kijkt zijn kleine huisjes van de elfen te zien. Het is een compleet dorp met zelfs een bakkerij en een wasserette.

Rudolf rent over een houten bruggetje dat hem over een lopende band met kerstkransen leidt. Dasher komt hem, zonder pakje, tegemoet rennen. “Dat ga je niet meer inhalen, Rudolf!” roept hij als hij Rudolf voorbij sprint. Angstig rent Rudolf verder. Het kan nu niet ver meer zijn. Dan ziet hij Komeet. Ook hij rent hem zonder pakje tegemoet. “Je bent er bijna, Rudolf. Kom op!”, roept hij. In de verte ziet Rudolf een nieuwe rij met huisjes. Boven het meest linker huisje staat een bord met de naam Elsa. Daar moet hij zijn! Het huisje staat naast een helling die stijl naar beneden gaat. Onderaan de helling ziet Rudolf de lopende band met kerstkransjes. Als hij het pakje aflevert en zich om wil draaien om terug te rennen, ziet Rudolf iets geks. Er steekt een mutsje tussen de kerstkransjes uit.

Verschrikt kijkt Rudolf om zich heen. Zou er een elf in de problemen zijn? In de verte ziet Rudolf de lopende band uitkomen in een trechter. Onderuit de trechter komen zakjes met kerstkransjes. Hij moet opschieten! Anders gaat de elf in een pakje met kerstkransjes eindigen! De twijfel die Rudolf een paar seconden geleden nog had, verdwijnt als sneeuw voor de zon. Een echte kans op de winst had hij toch al niet meer en er is nu iets belangrijkers aan de hand. Rudolf rent langs de lopende band richting de trechter. Het mutsje van de elf steekt nog steeds tussen de kerstkransjes uit. Naast hem hoort Rudolf een piepend stemmetje: “Help! Ik heb een stuk touw! Mijn broertje is door een vallende zuurstok buiten westen geraakt en op de band gevallen!” Rudolf pakt het stuk touw aan en rent naar een paaltje dat hij verderop de helling ziet staan. Hij knoopt het touw zo snel en stevig mogelijk vast en draait zich om naar de elf die hijgend bij hem aankomt. “Snel, ik ben te zwaar. Jij zult naar beneden moeten.” Rudolf bindt het touw om de middel van de kleine elf en laat hem langzaam naar beneden zakken. Op de lopende band duwt de elf met al zijn kracht de kerstkrans van de bewusteloze elf af en neemt hem over zijn schouder. Rudolf haalt de twee elfen voorzichtig naar boven en legt ze veilig op de helling. De bewusteloze elf opent langzaam zijn oogjes. Een zwak “dankjewel” komt uit zijn mond.

Dan barst er een luid applaus los. In alle hectiek heeft Rudolf niet doorgehad dat alle elfen, rendieren en de Kerstman en zijn vrouw zich om hem heen verzameld hebben. Rudolf voelt zijn wangen net zo rood worden als zijn neus. De Kerstman loopt richting Rudolf en legt een warme hand op zijn schouder. “Rudolf”, begint de Kerstman, “de rendieren die mijn slee trekken met Kerstmis moeten beschikken over behendigheid, efficiëntie en snelheid, maar bovenal over dapperheid. Tijdens deze rendierenauditie was je weliswaar niet de snelste, maar je keuze om de wedstrijd te verliezen om iemand in nood te helpen, toont je dapperheid. Zou jij deze Kerstmis mijn slee willen trekken?” Een warme gloed verspreid zich vanuit Rudolfs borst door zijn hele lichaam. Wat zal zijn vader trots zijn.

Dit verhaal maakte onderdeel uit van de CB Winterwonderlandverhalenwedstrijd 2023 en is geschreven door Marjolein in der Maur