Schrijfwedstrijd ‘Technologie en…’ – Het einde van een tijd, het begin van iets nieuws

1 januari 2033. De dag dat alle technologie verdwijnt. Hanna kan het nog steeds niet helemaal bevatten. Ze heeft de technologie zien komen, maar had nooit gedacht dat ze het ook weer zou zien gaan. Niet in dit leven in ieder geval. Ze zit in de auto, onderweg naar het oud & nieuwfeest dat haar beste vriendin organiseert. Vanaf 00.00 uur vannacht is het niet alleen een nieuw jaar, maar zal alles voorgoed veranderen. Na jaren van stroomuitvallen, overbelaste netwerken en storingen heeft de overheid, samen met alle andere landen, besloten dat dit het einde is. Een nieuw begin.

Het ging al wat jaren rond, maar niemand verwachtte dat het daadwerkelijk echt zou gebeuren. Ze zeggen wel vaker wat. Het zou gaan om alle moderne technologie zoals wifi, smartphones, social media en televisie. De rest zou als het goed is hetzelfde blijven. Dat hoopt ze in ieder geval. Anders komt ze morgen niet meer terug met haar auto. Ze tikt haar mobiel aan en spoelt naar het volgende liedje dat verbonden zit met de bluetooth in haar auto. Allemaal dingen die vanaf morgen niet meer bestaan. Ze zucht en staart voor zich uit naar de lange weg die voor haar ligt.

Na een minuut of twintig arriveert ze bij het huis van haar beste vriendin, die haar buiten al staat op te wachten.
‘Hanna!!’ roept ze opgewonden terwijl ze wild met haar handen zwaait.

Hanna grinnikt en stapt uit.
‘Je bent de eerste,’ zegt ze. ‘Dus jij kan me mooi helpen met de voorbereidingen.’

Hanna loopt achter haar vriendin Daisy aan naar binnen en de geur van oliebollen slaat in haar gezicht. Voordat ze het in zich kan opnemen, begint Daisy alweer enthousiast te babbelen. Ze helpt haar met de voorbereidingen, terwijl Daisy van elke hoek een foto maakt.

‘Iets naar rechts, Hanna.’
‘Kun je die hapjes even recht leggen?’

Alles voor de perfecte foto.

De zon gaat onder en de eerste gasten stromen binnen. Er worden drankjes gedronken en er worden volop oliebollen gegeten. Maar één ding blijft Hanna elk jaar opvallen: die verdomde telefoons. Als de een er niet op zit, zit de ander er wel op. Elk spontaan moment moet opnieuw, omdat het gefilmd moet worden. Sommige mensen kennen elkaar niet en staan wat ongemakkelijk te scrollen, in plaats van gewoon een gesprek te beginnen.

Ook zij is er schuldig aan. Ze betrapt zichzelf er meerdere keren op dat ze zit te scrollen, omdat ze een groot deel van de mensen hier niet kent.

Twaalf uur komt dichterbij en de televisie wordt aangezet. Het aftellen kan beginnen.
‘Vanaf volgend jaar is het niet meer aftellen vanaf de tv,’ lacht Daisy. ‘Maar gewoon weer ouderwets de wijzer zien tikken op de klok.’

Bohemian Rhapsody komt aan zijn eind en dan begint iedereen af te tellen.

Tien… negen… acht…

Hanna kijkt om zich heen. Alle telefoons komen uit ieders broekzak. Allemaal met het doel het beste filmpje te maken.

Vijf… vier… drie… twee… één…

Op dat moment valt de televisie uit.

Een jaar later

Hanna slaat de straat in en rijdt naar Daisy’s huis. Ze zet de motor uit. Het blijft even stil in de auto.

Vroeger vulde ze dat soort momenten automatisch op — muziek aan, berichtjes checken, iets om die stilte niet te hoeven voelen. Nu blijft ze gewoon zitten. Haar handen rusten in haar schoot en ergens merkt ze dat ze niet meer de drang voelt om iets te pakken wat er niet meer is. Alsof haar hoofd eindelijk heeft geleerd dat stilte niet opgevuld hoeft te worden.

Ze stapt uit en trekt haar jas wat dichter om zich heen. Terwijl ze naar de voordeur loopt, hoort ze haar naam.

‘Hanna!’

Daisy staat al in de opening, net als vorig jaar. Maar waar er toen nog iets gehaasts in haar zat, iets onrustigs, lijkt ze nu… aanwezig. Echt aanwezig. Ze omhelzen elkaar iets langer dan normaal.

Binnen slaat de warmte haar tegemoet, samen met de geur van oliebollen en appelbeignets. Even sluit Hanna haar ogen. Het voelt bijna hetzelfde als vroeger. De woonkamer is gevuld, maar niet zoals vorig jaar.

Mensen staan dichter bij elkaar. Gesprekken lopen door elkaar heen, vloeien samen. Iemand vertelt een verhaal waar anderen echt naar luisteren — niet knikkend terwijl hun aandacht ergens anders ligt, maar met hun hele houding gericht op die ene persoon.

Hanna blijft even staan bij de deuropening en kijkt rond.

Niemand heeft iets in zijn handen.
Geen schermen die oplichten. Geen vingers die gedachteloos blijven scrollen. Geen onderbrekingen omdat “dit even vastgelegd moet worden”.

Alleen mensen.
Echte, onverdeelde aandacht.

‘Gek hè,’ zegt Daisy zacht terwijl ze naast haar komt staan. ‘Hoe snel dat normaal is geworden.’

Hanna knikt.
‘Het voelt… rustiger,’ zegt ze.

Daisy glimlacht. ‘Alsof we weer tijd hebben of zo.’

Later op de avond zit Hanna aan tafel met mensen die ze vorig jaar nauwelijks sprak. Ze leert kleine dingen. Wie altijd al wilde reizen maar het nooit deed. Wie bang was om stil te zijn en nu juist geniet van de rust. Wie pas nu merkt hoe vaak ze eigenlijk afgeleid waren.

Er vallen stiltes in de gesprekken, maar ze voelen niet zwaar. Niet ongemakkelijk. Meer als ademhalingen tussen woorden.

Hanna merkt dat ze luistert. Echt luistert. Niet ondertussen denkend aan wat ze straks nog wil doen, of wat ze misschien mist.

Rond middernacht verzamelt iedereen zich vanzelf in de woonkamer. Niet omdat een scherm dat aangeeft, maar omdat het moment eraan komt en iedereen het voelt.

Iemand wijst naar de klok aan de muur.
‘Bijna,’ zegt hij.

Geen aftel-apps. Geen perfect gesynchroniseerde stemmen van een tv-presentator. Alleen mensen die elkaar aankijken en beginnen te tellen.

Tien… negen… acht…

Hanna voelt een hand in de hare. Ze kijkt op en ziet Daisy.

Zeven… zes… vijf…

Ze kijkt rond. Naar gezichten die ze kent en gezichten die ze nu pas écht begint te leren kennen.

Vier… drie… twee…

Niemand kijkt weg.

Eén.

Geluid barst los. Gelach, stemmen, felicitaties. Armen om schouders. Echte warmte, niet gevangen in een scherm, maar voelbaar in het moment zelf.

Hanna zegt zacht: ‘Gelukkig nieuwjaar.’
En ze meent het.

Even later staat ze bij het raam en kijkt naar buiten, waar vuurwerk de lucht in gaat.

Naast haar komt Daisy staan.
‘Denk je dat je het mist?’ vraagt ze.

Hanna denkt even na. Aan hoe het was. Altijd bereikbaar. Altijd afgeleid. Altijd ergens anders met haar aandacht dan waar ze werkelijk was.

Ze schudt haar hoofd.

‘Nee,’ zegt ze zacht. ‘Ik denk dat we vooral dachten dat we het nodig hadden.’

Ze kijkt weer naar binnen. Naar de kamer vol mensen. Naar gesprekken die doorgaan zonder onderbreking. Naar momenten die niet verdwijnen in een opslag, maar blijven hangen in herinneringen.

En ergens voelt ze iets wat ze lang niet zo helder heeft gevoeld.

Geen haast.
Geen ruis.
Geen constante drang om verder te kijken.

Alleen dit.

Misschien is dit geen stap terug geweest.
Maar eindelijk weer een stap naar elkaar toe.

Dit verhaal maakte onderdeel uit van de CB Schrijfwedstrijd – ‘Technologie en…’, en is geschreven door Mirte Prinsen